Poëzie uit Zuid-Afrika – Santenkraam

Een paar weken geleden liep ik langs de overvolle kasten met poëziebundels in  de Rotterdamse bibliotheek. Ik had geen idee dat er zoveel geschreven was, hoe zou ik iets kunnen uitkiezen waar ik mee aan de slag kon in de najaarspoëzieweek van Sandra Leest? Op aanraden van Ellen Deckwitz pakte ik een bloemlezing, iets met een titel van de 1000 beste gedichten uit de wereldliteratuur. Ik zag daar de naam van Elisabeth Eybers en toen wist ik waar ik moest gaan zoeken. Op de afdeling waar de vertaalde poëzie netjes staat gerangschikt per land. Ik zie daar de bundels van de Zuid-Afrikaanse Ronelda S. Kamfer staan. Vorig jaar had Janita Monna een positieve recensie geschreven van haar laatste bundel Mammie, maar de eerste regels van Santenkraam, roepen een oergevoel op.

gedicht gaan i - Kamfer
we moeten gaan – de hele tijd – moeten we gaan – tegenwind houdt – ons hier – maar gaan – is wat – we moeten – weer gaan – en mettertijd – weer gaan – we moeten

Onze zoon vraagt regelmatig wanneer wij weer naar Zuid-Afrika gaan. Dit gedicht geeft woorden aan zijn heimwee. Vrienden zijn – op het moment dat ik de woorden voor het eerst lees – bijna aan het einde van hun vakantie in Zuid-Afrika. Het gedicht geeft weer hoe lastig het is om afscheid te nemen. Ons moet gaan, heeft iets dwingends en zet ons centraal. Het gedicht is in het Afrikaans en ons wordt vertaalt met wij. Daar verliest het voor mij al zeggingskracht en iets van het dwingende ritme.  Het gedicht heeft een beweging van vooruit, zelfs al lukt het niet altijd. Steeds opnieuw gaan! Door  teenwinde hou – ons trug,  te vertalen met tegenwind houdt – ons hier, wordt het voor mij statisch. Juist terug is een sleutelwoord voor ons gezin. Wij zijn naar Zuid-Afrika gegaan om onze kinderen te halen en wij blijven gaan.  Met dit gedicht kan ik mij afvragen, waar terug werkelijk is. Wij leven tussen twee werelden.  Terug in dit gedicht doet mij eerder denken aan tegen, dan wel letterlijk terug, achteruit. De herhaling van gaan, mettertijd gaan – ons moet, klinkt voor ons als een belofte dat het daadwerkelijk zal gebeuren.

SantenkraamAlles en iedereen

Of Ronelda S Kamfer het zo bedoeld heeft is maar de vraag. Deze Zuid-Afrikaanse dichteres is een kleurling. Een bevolkingsgroep van bruine mensen, die Afrikaans als moedertaal heeft. Tijdens de apartheid hebben zij ook te maken gekregen met het rigide beleid van de regering, die hele woonwijken van de kaart heeft geveegd.  District Six, een multiculturele wijk in Kaapstad is een legendarisch voorbeeld. Rondela gaat voor deze bundel op zoek naar informatie over Skipskop, een voormalig vissersdorp in de Kaapprovincie, dat ontruimd werd om plaats te maken voor een legerbasis. Gaan en ook de twee andere versies met de dezelfde titel klinken in het licht van de ontruiming heel anders. Om de ellende die dat tot gevolg heeft niet te vergeten, verzint de dichteres Klippenkust met haar inwoners Slimme Sara, Kindse Terence, Mooie Mitchy Mitchell, Malle Maria en Grotevis Visser. Jullie van de Kaap zeggen toch dat de zon alles ziet, nou hier zien de mensen alles. Wat ze zien, lees je terug in de gedichten. Deze bundel trekt je naar dit stukje land aan de kust van Zuid-Afrika. In afzonderlijke gedichten krijgen de mensen en gebeurtenissen een stem. Op deze manier wordt duidelijk dat alles en iedereen in deze dichtbundel bij elkaar hoort.

Niet alle gedichten komen net zo direct binnen als gaan. Ik moet er moeite voor doen. Je leest een poëziebundel niet zomaar uit. Ik vind de afwisseling van persoonlijke gedichten (kort en kernachtig, zoals het eerste) en verhalende (langere) gedichten zoals Klippenkust boeiend. Er is variatie in stijl. Het bericht van uitzetting, een satire op het bevel van Jan van Riebeeck richting de eerste inwoners van Zuid-Afrika, leest als een brief. Hilarisch, zo kan poëzie dus ook zijn. Er is ook een bezwaarschrift opgenomen, daarin merk je dat het Afrikaans een mengelmoes is, er zitten ook Engelse woorden tussen. De vertaler gebruikt voor dit stuk straattaal, maar dat blijft erg Nederlands. In recensies over deze bundel zie ik dat ze lovend zijn over de vertaling, maar ik ben blij dat ik gewoon het Afrikaans kan lezen en op mij in kan laten werken. Ronelda gebruikt vaak alliteratie of herhaling van klanken en dat valt regelmatig weg in de vertaling. Soms heb ik voor Afrikaanse woorden een ander woord in gedachten. In deze bundel staat op de linkerbladzijde het origineel en aan de rechterkant de vertaling, dat is natuurlijk wel makkelijk vergelijken.

Het tweede gedicht begint als een sprookje. (Ik kies deze keer voor de vertaling, omdat niet iedereen het Afrikaans begrijpt)

Land – de stenen houden het land aan de aarde vast als een mat

Op een dag lang geleden
was er een berg.
de berg hield het land aan
de aarde
vast als een mat met stenen
aan
zijn hoeken op een dag gebeurde er
iets
hij die de berg is
verloor zijn concentratie
en zo werd een stukje van zijn
land
door de wind opgetild en weggeblazen
zo
kwam het dat dat specifieke
stuk
land zijn bewoners
niet kon behouden
het had niet dat wat
mensen van land verlangen

Zien jullie symbolisch de Tafelberg met de wolken als tafelkleed, waarvan toeristen van heel de wereld het heerlijk vinden als de wind het wegblaast? Daar gaat het niet om…nee het valt niet mee om echt te horen wat het gedicht zegt. Om stil te staan bij het feit dat er in dat prachtige land ook iets gebeurd waardoor het zijn mensen niet kan vasthouden. Santenkraam is daarom een uitdaging, om te lezen en herlezen, zodat ik de stemmen van de inwoners uit Zuid-Afrika echt hoor.

Santenkraam – Ronelda S. Kamfer (2011) Uitgeverij Podium 118 blz.

Disclaimer: geleend van de bibliotheek. 

4 gedachten over “Poëzie uit Zuid-Afrika – Santenkraam”

  1. Mooi gedicht dat eerste. Begrijp het helemaal, wat je schreef over de vertaling. Daarom lees ik graag in de oorspronkelijke taal, romans, maar vooral poëzie. Maar als je ze naast elkaar ziet in dit geval kan het helpen. Als je begrijpt wat er staat, kun je ook van de oorspronkelijke tekst genieten. Mooie taal trouwens Afrikaans. Ik zag er tegenop, maar ik denk dat ik het toch maar eens ga proberen,

  2. Wat mooi die poëzie, en zeker in het Afrikaans, prachtig land en prachtige taal! Probeer ook Elisabeth Eybers eens, dat is de Grande Dame van de Zuid-Afrikaanse poëzie hoor!
    Ik zie uit naar een nieuwe leesweek van jou!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s