Zomerlicht en dan komt de nacht

Een dorp als decor en schrijvers laten zien hoe de tijden veranderen, maar de mensen niet. Dit zag ik in de roman van Duitse Juli Zeh in Ons soort mensen, maar de IJslandse schrijver Jón Kalman Stefánsson deed het al in zijn debuut Zomerlicht en dan komt de nacht in 2005. Pas in 2018 is deze roman in  het Nederlands uitgegeven.  Ik kreeg de ebookversie cadeau bij Trouw en deze zomer heb ik hem gelezen.

Zomerlicht en dan komt de nachtIn mijn commentaar op Ons soort mensen kun je lezen dat Juli Zeh veel personages voor haar verhaal gebruikt en speelt met tegenstellingen. Bij de IJslandse schrijver merk je de tegenstelling al direct in de titel. Al is zijn roman veel dunner, iets meer dan 200 bladzijden, hij laat nog meer dorpsbewoners tot leven komen en dat in combinatie met typische IJslandse namen als Björnvin, Gundmundur, Solrun, Sigridur, Thorgrimur, Thuridur, Finnur, Kjartan, Geir, Asthildor en nog vele andere. Natuurlijk niet alle 400 inwoners, maar toch al met al weet hij met observerende zinnen in een paar woorden het doen en laten van de dorpsbewoners neer te zetten. Soms worden dat hele verhalen. Verhalen over de zin van het leven, over eenzaamheid, spookverhalen, verhalen over passie en vreemdgaan of het simpele geluk van een vrachtwagenchauffeur. Hij schets een dorp met de zee in het westen, waar niet veel te doen is, een paar boerderijen, een coöperatie, een kiosk en een gemeenschapscentrum voor film- en dansavonden in de lange winter. In de herfst is er werk in het slachthuis. Er was vroeger een breifabriek. Daar begint het boek mee. Toen de eigenaar opeens in het latijn begon te dromen, veranderde zijn leven en dat had verstrekkende gevolgen voor de mensen in het dorp. De breifabriek had namelijk 9 werknemers, 2 mannen en 7 vrouwen. De mannen vinden wel weer een baantje, maar het lukt slechts twee vrouwen en dus zitten er 10 handen werkeloos thuis, reken maar dat die later in de roman nog wat te zeggen hebben.

De observerende zinnen worden afgewisseld met filosofische overpeinzingen. Het geeft het leven weer in al zijn facetten. Het krijgt een cadans waarin zinnen worden herhaald, zodat het klinkt als poëzie. Prachtig gewoon. Soms zit de waarheid in een bijzin, maar lang niet alles laat zich in een eerste lezing vangen, ook daarom voelt Zomerlicht en dan komt de nacht als poëzie. Omdat ik het taalgebruik aan de ene kant betoverend en prachtig vind, zijn de vloeken die in dit verhaal worden uitgesproken des te lelijker. Maar ik was gewaarschuwd, het dorp heeft immers geen kerk…

Opvallend is dat de verteller het verhaal vertelt met het wij-perspectief.

“We  willen niet over het hele dorp vertellen, we  gaan niet van  het  ene huis naar het andere, dat zou  je niet volhouden, maar we  doen  beslist  verslag over de vleselijke lusten die de dagen en  de nachten aan elkaar knopen, (…) We zullen over alledaagse  gebeurtenissen verhalen, maar  ook over  die die ons begrip te boven gaan, omdat er waarschijnlijk  geen  verklaringen  voor  zijn; mensen verdwijnen, dromen  veranderen een leven en  bijna tweehonderd jaar oude mensen  laten merken dat ze aanwezig  zijn in plaats van stil op hun  plek te blijven liggen.  En vanzelfsprekend zullen we je vertellen over de nacht die boven  ons hangt en  die haar  kracht  diep  uit het heelal put, over  de  dagen die komen  en gaan, over  vogels  die zingen  en de laatste  ademtocht, het zullen  ongetwijfeld veel verhalen zijn,”

In eerste instantie werkt het wij perspectief heel bevreemdend voor mij. Hoe kan ik mij als lezer nu identificeren met de verschillende inwoners van een IJslands dorp. De eenheid die zij zijn, staat mijlenver van mijn bed. Tot in deel vijf van het eerste verhaal de schrijver verteld over mensen die de moeite doen om een brief te schrijven en dan merk ik voor het eerst hoe ik daar ook bij betrokken ben bij een wereld die verandert en die wij soms krampachtig willen vasthouden.

In het begin is het lastig om bij de les te blijven, het verhaal springt zo van de één naar het andere personage. Het wordt al gauw een doolhof van namen. Een aantal komen regelmatig terug en dat worden voor mij de ankers in dit verhaal. Ik maakte ook gebruik van het luisterboek. Dat hielp want het verhaal gaat dan wel verder, waar ik het als ik het zelf aan het lezen was eerder zou hebben weggelegd, omdat ik er geen touw aan kon vastknopen. Er zit geen chronologie in het verhaal. Mijn waardering wisselde dan ook behoorlijk tijdens het lezen/luisteren. Soms was ik gefascineerd door de manier waarop de waarheid in woorden in gevangen of met een verhaal verteld kan worden, soms vond ik het nodeloos verwarrend of lelijk bijvoorbeeld met die vloeken. Maar ik besef dat dit een roman is dit eindeloos gelezen kan worden en dat verraadt toch wel het meesterschap van een verteller als Jón Kalman Stefánsson.

Zomerlicht en dan komt de nacht – Jón Kalman Stefansson | Ambo Anthos (2018) 

Disclaimer: ebook ontvangen bij abonnement van Trouw

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.