Recensie Visser – Rob van Essen

Dit jaar is de roman Visser van Rob van Essen, de winnaar van de Libris Literatuurprijs, opnieuw uitgegeven. Met deze roman stond Rob van Essen al op de shortlist van de libris Literatuurprijs, maar die ging in 2009 naar Dimitri Verhulst. Ik had al veel over Visser gehoord, onder andere in de podcast van BoekenFM. Hij is een geschiedenisleraar die tijdens de les een opmerking maakt. Die opmerking landt bij een groepje jongeren met rechtsextremistische gedachten. De leraar is geschorst, maar zelf noemt Jacob Visser het ziekteverlof. Dat is de eerste van vele verschillende interpretaties waar de roman Visser vol mee zit.

VisserTot nu toe is het lezen van de boeken (Hier wonen ook mensen / Alles komt goed) van Rob van Essen garant geweest voor een bijzondere leeservaring. Als geen ander kan hij normale situaties opblazen tot iets absurds en vervolgens van alles in beweging zetten, waardoor ik zijn verhalen fantastisch vind. Met een paar signaalwoorden neemt hij mij mee in een droom, maar bij Visser lijkt het meer op een nachtmerrie.

Jacob Visser rijdt langzaam de oprit af. Dat is de eerste zin waarbij de woonwijk met spelende kinderen door de avondzon in een onwezenlijke gloed wordt gezet. In welke wereld ben ik beland? Het verhaal speelt zich af in Vlasveld, een naburig stadje heet Zwoldrecht en er staat nog een caravan in Albertkerkje. Het zou Nederland kunnen zijn, maar kan evengoed een droomwereld zijn die levensecht lijkt. De lezer lift mee in het hoofd van Jacob. De personale verteller gebruikt de 3de persoonsvorm. Zo is er afstand waarmee de lezer Jacob Visser kan observeren.  Wat is er toch met hem aan de hand?

Wat er letterlijk gezegd is in de les, daar komen we als lezer maar moeizaam achter. Jacob kan het zich niet herinneren en het lijkt hem niet te boeien. De gebeurtenissen die in gang worden gezet, overkomen hem,  deze man die ’s nachts slaapt in een streepjespyjama.

Hij loopt naar de slaapkamer, doet het licht uit en laat zich onder het dekbed glijden. Gepost naar dromenland. Hij sluit zijn ogen, blijft roerloos liggen en stelt zich voor dat hij in een grote brievenbus ligt. Hij voelt zich wegglijden. Hij ligt op de lopende band van een sorteercentrum en glijdt langzaam naar voren. Zo nu en dan schuift hij onder een afleesapparaat door en dan komt hij bij een splitsing op een andere band terecht alsof in de streepjes van de pyjama een code verborgen zit. De snelheid waarmee de band beweegt, neemt toe en hij wordt steeds dieper in het systeem opgenomen.

Deze scene vind ik wel heel kernachtig de roman samenvatten. Het is slechts één van de vele associaties die Rob van Essen met zijn woorden en zijn schrijfstijl oproept. Hoewel Jacob Visser in eerste instantie passief overkomt, is het verhaal een voortdurende kettingreactie van gedachten en daden die Jacob Visser invallen. Daaronder speelt iets grootst, zonder dat Visser zelf lijkt te beseffen wat, behalve dat het niet met zijn functioneren als geschiedenisleraar te maken heeft.

Er gebeurt veel in deze roman waardoor het lezen boeiend en zeker door het gebruik van humor en  ironie vermakelijk is. Ik heb zelden zo gelachen om een boek.  Maar er is ook een schaduwkant in dit verhaal. Om Jacob Visser enigszins geloofwaardig of niet al te knuffelbaar te laten zijn als slachtoffer, laat de verteller Visser dingen doen, die verwerpelijk zijn. Sommige lezers schijnen het boek bij de betreffende passage al dicht te klappen. Ik neig eerder naar wegkijken of ontkennen dat het echt in het verhaal gebeurt. De hallucineerde schrijfstijl van Rob van Essen geeft mij die ruimte. Dat Visser tegenstrijdige gevoelens oproept, die niet één twee drie te begrijpen of te verklaren zijn, maakt deze roman extra interessant.

Disclaimer: Deze roman heb ik geluisterd via  storytell en aangeschaft als ebook. Visser hebben uitgebreid besproken tijdens met de Hebban meeleesclub. Aan het eind heeft Rob van Essen nog feedback gegeven op onze reacties.