Recensie: Lichter dan ik

Lichter dan ik, is een constatering waar een wereld van ongezien verdriet achter ligt. Dido Michielsen heeft met deze debuutroman een woorden gegeven aan levensverhaal van haar eigen betovergrootmoeder, waarvan ze wel een foto had, maar geen naam.

In Lichter dan ik gebruikt Dido Michielsen een raamvertelling. Een oude Javaanse vrouw, komt bij Tjanting, die in 1910 haar vriendin Isah helpt door haar levensverhaal op te schrijven. Isah is de naam die ze kreeg van haar Nederlandse minnaar. Ze is geboren al Piranti ergens in 1850. Haar moeder was batikster en kleermaakster van de vrouwelijke familieleden van de Sultan. Piranti groeit op zonder vader en is kind aan huis bij de prinsessen aan het hof, maar dat verandert als de meisjes ouder worden. Doordat haar huisdier wordt afgepakt, ontdekt ze dat er een web van rangen en standen is, waarin ze gevangen zit. Ze wil vrijheid en zoekt het door zich over te geven aan een Nederlandse man. Ze wordt zijn njai, een huishoudster/bijvrouw. In Nederlands Indië waren veel Nederlandse mannen die een inlandse vrouw hadden. Uit deze relaties kinderen geboren, met een lichte huid en ze kregen een Europese opvoeding. Soms trouwde de man met zijn njai. Daar hoopt Isai op als ze in verwachting is, maar het leven loopt anders. Als haar minnaar teruggaat naar Nederland wordt zij met haar kinderen zomaar aan de kant geschoven.

Omdat Isai haar eigen levensverhaal vertelt maken de gebeurtenissen die diepe indruk. In haar jeugdige moed en onschuld, haar dromen en verlangens is zij een mens, net als ieder ander. Haar bescheiden karakter uit zich in de waarden van het Javaanse volk zoals fijngevoelig, lankmoedig en verdraagzaam, maar onder haar huid klopt een hart dat het beste wil voor haar kinderen. Daardoor raakt het onrecht wat haar wordt aangedaan mij als lezer. Ik voel hoe ongelijkheid mensen gevangen houdt en daarmee krijgt discriminatie en racisme een gezicht.

Alle hoofdstukken beginnen met een paar woorden Maleis/Indonesisch, maar er zit zoveel geuren en kleuren in deze roman waardoor Nederlands Indië heel dichtbij komt. Eenvoudig, maar indrukwekkend is bijvoorbeeld hoe het batikproces een metafoor voor het levensverhaal van Isah is:

“Je weet toch wel hoe batikken gaat? Een Tjanting trekt lijnen met was, maakt onzichtbare figuren waar het verfbad geen greep op krijgt. De beeltenis komt pas in een later stadium naar voren.”

Ik ken de schrijfster als adoptiemoeder, waar zij al meerdere non-fictie boeken over heeft geschreven. Ik vind het mooi hoe zij haar kennis rond afstand en adoptie heeft verwerkt in deze roman. Ik voel veel liefde voor de eerste moeder, die als een onzichtbare moeder van velen een stem heeft gekregen.  Het maakt mij nieuwsgierig naar het vervolg, als Dido Michielsen verder gaat met het verhaal van één van de dochters van Isah.  Is het inderdaad het beste geweest, zoals Isah voor haar kinderen wilde, om hen een Europese opvoeding te geven en zullen de kinderen ooit het verhaal lezen wat Tjanting over hun moeder heeft opgeschreven?

Disclaimer: geluisterd via storytell